Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat. -- Filippenzen 4:8

Voltooiing Kerkgebouw 1952

De in 1952 gereed gekomen Nederlands Hervormde Kerk te Ochten

 

Architectuur

De Hervormd Kerk te Ochten is gebouwd op het snijpunt van twee stromingen in de architectuur: het traditionalisme in de vorm van de Delftse School en het Functionalisme. In de kerk zijn beide stromingen aanwezig. Deze voor de voor de jaren 1945-1955 kenmerkende combinatie wordt ook wel 'shake-hands' architectuur genoemd.

De jaren tussen 1940 en 1955 staan voornamelijk in het teken van de stijl van de Delftse School. De grondlegger van deze traditionalistische stroming in de architectuur uit de jaren 1925-1955 was de Delftse hoogleraar prof.ir. M.J. Granpré Molière (1883-1972). Geënt op oudere ontwikkelingen als Tuindorp Vreewijk, keerde hij zich tegen de formules voor woningbouw van CIAM en het Nieuwe Bouwen in de vorm van anonieme meergezinswoningen en greep hij terug op de traditionele eengezinswoning met tuin. Dit betekende ook het afwijzen van de voor het Nieuwe Bouwen kenmerkende glaswand als gevel. Het harmonische zwaartepunt van het huis, dat gezin van de buitenwereld scheidde, moest immers binnenskamers blijven. Granpré Molière streefde een bouwkunst met eeuwigheidswaarde na. Gebouwen met een duidelijke ruimtevorm, een plastische monumentaliteit en een gevel met een aangezicht waren een vereiste. Karakteristiek voor de Delftse School is de op de menselijke schaal gebaseerde architectuur, de toepassing van streekeigen materialen, handvorm bakstenen en met keramische pannen gedekte schild- of zadeldaken voorzien van duidelijk gemarkeerde schoorstenen. Deze laatsten vormen vaak de tuit van een tuitgevel waardoor ze meer zijn dan alleen een schoorsteen en zelfs een essentieel onderdeel vormen van de vormgeving. Een belangrijk onderdeel van de architectuur zijn de roedenverdelingen in de ramen die de sobere, vaak robuuste architectuur een vriendelijke en vaak zelfs elegante uitstraling geven. De ambachtelijk verwerkte materialen moesten voorkomen dat de bewoner de indruk kreeg, dat zijn huis een serieel vervaardigd product was, eender als alle andere. Zijn huis was echter uniek en representeerde, niet minder dan een kerk of een raadhuis, de eeuwige architectuur die door het ambachtelijke aspect naast een stoffelijke ook een geestelijke dimensie had gekregen. In de woningbouw liet men zich inspireren door de 'Oud Hollandsche' bouwkunst uit de late zestiende eeuwen de zeventiende eeuw. Voor wat kerkenbouw laat men zich inspireren door vroeg-christelijke basilicas en Romaanse kerken.

Mede onder invloed van het veranderende bouwbedrijf en opdracht geverschap wordt de architectuur gaandeweg de jaren vijftig steeds zakelijker. In veel gebouwen zijn de bovengenoemde traditionalistische kenmerken, in minder zuivere vorm, gecombineerd met moderne constructies en materialen tot een nieuw architectonisch geheel dat ook wel Shake­Hands architectuur wordt genoemd. De twee voor de oorlog recht tegenover elkaar staande opvattingen namelijk die 'modernen' (functionalisten) en die van de traditionalisten (Delftse School) komen nader tot elkaar. In de gebouwen combineren in zicht gelaten betonconstructies met baksteen, met soms sterk op het 'esthetische' gerichte gevelonderdelen of ornamentiek, zoals venster-omlijstingen of een golvende afsluiting van de gevel.

Rond 1955 krijgen moderne industriële opvattingen in de architectuur langzaam maar zeker de overhand. Dit zogenaamde naoorlogse Functionalisme is herkenbaar aan de toepassing van platte daken, in de fabriek gemaakte standaardelementen en ijle betonconstructies die in de gevel of door grote ruiten herkenbaar zijn.

In het begin van de jaren vijftig verschoof de eenzijdige nadruk op de traditionalistische kerkbouw. Een van de eerste kerkgebouwen die geen traditionele vormgeving maar een voor die tijd moderne vormgeving kreeg was de Nederlands Hervormde Kruiskerk in Amstelveen van de architect. M.F. Duintjer, gebouwd in 1951.

In de (Nederlands Hervormde) protestantse kerk was al voor de oorlog een vernieuwingsproces ten aanzien van de liturgie in gang gezet. Men ging op zoek naar nieuwe architectonische vormen die bij deze liturgische vernieuwing aansloten. Zodoende kreeg een aantal voormalige 'groep 32' architecten opdrachten voor het bouwen van protestantse kerkgebouwen. De kerkbouw behoorde zich volgens hen te bevinden op het grensvlak tussen moderniteit en traditie en moest dus zowel putten uit de traditie als doorgaan zich te ontwikkelen. In hun architectuur werden moderne materialen verwerkt maar ook de geestelijke waarden van traditie en monumentaliteit.

De architecten kwamen uit de hoek van het functionalisme maar verzetten zich tegen de opvatting dat een bouwwerk een optelsom van eisen was en meenden dat de vormgeving, de kunst in het werk, hersteld moest worden. Voorts zag men niet in waarom een bouwwerk niet symmetrisch mocht zijn, geen duidelijke gevel mocht hebben, waarom ornamenten verboden waren en waarom monumentaliteit uit den boze was. Zodoende werden deze architecten ook wel de functionalistische traditionalisten genoemd.

Ze ontwierpen kerken waarin zowel baksteen als beton werd toegepast. Nieuwe bouwmaterialen werden wel gebruikt maar niet tot in het uiterste toegepast, het materiaal bleef ondergeschikt aan de functie. De vormgeving was vaak gebaseerd op een traditionele plattegrond en indeling maar kenmerkte zich verder door een grote diversiteit en originaliteit.

Architecten die begin jaren vijftig volgens deze principes bouwden waren over het algemeen protestanten zoals K.L. Sijmons. M.F. Duintjer, S. van Woerden, J.H. Groenewegen en prof. Holt.

 

In de kerk te Ochten zijn traditionalistische (Delftse School) elementen te herkennen in de toepassing van baksteen en toepassing van Romaanse vormen zoals het klimmend boogfries in de voorgevel en in de toepassing van het zaalkerktype. Ook de toepassing van een vrijstaande verwijst ondanks het moderne materiaalgebruik naar Italiaanse campanile zoals deze ook is toegepast bij vroeg-christelijke kerken in bijvoorbeeld Ravenna.

Het moderne komt vooral tot uitdrukking in de toepassing van decoratief beton in o.a. de gevels. Het toepassen van beton op deze wijze is o.a. te zien in dezelfde jaren gebouwde stations van Zutphen en Arnhem van de architect ir. H.G.J. Schelling. Deze liet hierbij inspireren door de pioneer op het gebied van betonconstructies de Belgisch-Franse architect Auguste Perret (1874-1954) zie o.a. zijn kerk Notre Dame te Raincy.

 

De kerk is een onderdeel van de naar aanleiding van verwoestingen tijdens de 2e WO vrijwel volledig verwoeste dorpskern van Ochten. Ochten is een van de 12 na 2e WO in Gelderland volledig herbouwde dorpen. Voor Ochten werd vervolgens een stedenbouwkundig plan opgesteld volgens de principes van de Delftse School. Deze komen meestal op het volgende neer:

 

Kernvorming

Het verkrijgen van een meer gesloten dorpskern door vele verwoeste panden van buitenaf in de kom te herbouwen en enige boerderijen uit het hart van het dorp naar buiten te brengen.

 

Centrumvorming

De verbreding en omvorming van de hoofdstraat tot een echte brinkachtige "dorpsstraat", met aan weerszijden winkelpanden en grotere woningen en twee markante polen in het plan, namelijk het nieuwe raadhuis en een nieuwe Hervormde kerk met pastorie.

Aanleg nieuwe straten en woongebieden.

 

Van de 12 herbouwde dorpen is Ochten wel een van de beste bewaarde en een van meest volledig volgens het ontworpen wederopbouwplan herbouwde dorpen in Gelderland waarbinnen de kerk een belangrijk element vormt.

 

Arnhem I 01-09-2005

Drs. R. J.A. Crols

 

Opmerkingen.

-           De architect van de Ned. Herv. Kerk is A. Eibink uit Amsterdam 1951

-           De aannemer was firma (de broers) J. en P. Buijs te Ochten. De kerk is in november 1952 gereedgekomen en in gebruik genomen.

-           De toren, architect A. Eibink uit Amsterdam eveneens gebouwd door J. en P. Buijs is 30 m hoog.

-           De eerste steen voor de nieuwe kerk werd gelegd door Pres. Kerkvoogd dhr. Jan Gerrit Johan van Soest op 12 nov. 1951.

-           De nieuwe kerk werd in gebruik genomen dd donderdag 6 nov. 1952 aanvang 6.30 nm.