Kerkstraat 1, 4051 AA Ochten

Beleidsplan

Beleidsplan 2020-2025

Revisie 2025-1. Vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 20 maart 2025.

Hoofdstuk 1 - Profiel, visie en missie

A. Profiel van de gemeente

Algemeen

De Hervormde Gemeente van Ochten is na de Tweede Wereldoorlog van een confessionele gemeente naar een bondsgemeente gegroeid. Vanaf de jaren vijftig hebben predikanten van bondssignatuur haar gediend. De gemeente is in 2004 met de Protestantse Kerk in Nederland meegegaan, zij het, dat de gemeente weloverwogen gekozen heeft om deze stap te maken met inachtneming van haar eigen Plaatselijke Regeling. De gemeente is een gemeente in de breedte waarin diverse stromingen in meer of mindere mate vertegenwoordigd zijn; bonders, confessionelen en evangelischen. Zij vinden elkaar in de Woordverkondiging en de bediening van de sacramenten. Hun respectievelijke stempels drukken zij buiten de kerkdiensten om in het delen van geloofservaringen tijdens kringwerk, Sing-ins, Vakantie Bijbel Week, enz.

De gemeente is een gemeente in de breedte die zich kenmerkt door:

  • traditie, terug te vinden in de geloofsbeleving van de autochtone bevolking
  • trouw, die zich terugvertaalt in een regelmatige opkomst tijdens de erediensten van een vaste kern van de gemeente
  • een relatief grote buitenwijk, van waaruit de geperforeerde gemeenteleden uit de omliggende plaatsen de diensten bezoeken
  • een verlangen van een kleine groep binnen de gemeente om inhoud en structuur te actualiseren door in te spelen op tendensen die binnen christelijk Nederland gaande zijn.

Sacramenten

De viering van de sacramenten als versterking voor het geloof van alledag is van wezenlijk belang naast de Woordverkondiging. De gemeente viert 4 keer per jaar het sacrament van het Heilig Avondmaal en de viering wordt na de morgendienst voortgezet in Zorgcentrum Elim. Daarnaast zijn er om de 6-8 weken doopdiensten; voorafgaande aan deze diensten is er doopaangifte en doopcatechese. Tijdens de doopplechtigheid zijn de kinderen van zondagsschool en kindernevendienst aanwezig en worden zij ook bepaald bij de doop en de betekenis van dit sacrament.

Jeugd- en ouderenwerk

Het jeugdwerk heeft in Ochten vanaf 1980 een grote vlucht genomen. Het is een ijkpunt in de tijd voor de gemeente en is een aspect van het gemeenteleven dat sinds die tijd centraal staat en waarvoor de gemeente dankbaar is. Het jeugdwerk in diverse vormen neemt een belangrijke plaats in in de gemeente en de predikant is zich bewust van wat de jeugd (in haar geledingen) nodig heeft om opgebouwd te worden in het geloof en heeft aandacht voor de specifieke geloofsvragen van dit deel van de gemeente. De vorming en toerusting in de vorm van catechese zijn belangrijk om opgebouwd te worden in het geloof. Binnen de gemeente zijn er relatief veel kinderen en hun geloofsvorming ziet de gemeente als wezenlijk voor de toekomst. Deze kinderen en jongeren zijn het toekomstige hart van de gemeente. De gemeente wil ook aandacht schenken aan de substantieel grote groep ouderen binnen en buiten de gemeente. Beide pastoraal medewerkers hebben dan ook de zorg voor deze groep in hun pakket. Naast deze aandacht worden ouderen ook aangemoedigd om hun taak op te pakken en te vervullen in de gemeente. Bij het jeugdwerk laten we ons in voorkomende gevallen ondersteunen en adviseren door de HGJB.

Missionair gemeentezijn

Als gemeente zijn wij een thuisfront (geweest) voor verschillende leden die uitgezonden zijn (geweest) naar de diverse continenten. De gemeente leeft op verschillende manieren mee met deze uitgezondenen. Wat onverlet laat, dat er in de eigen gemeente veel gedaan moet worden aan evangelisatie. De gemeente kent een groot aantal randkerkelijken en mensen die, om diverse redenen, de kerk vaarwel hebben gezegd. Conflicten uit het verleden zijn hier vaak debet aan. Veel secties zijn op papier groot en kennen 'papieren' leden, bij wie bezoek soms mogelijk is, maar dan onder bepaalde voorwaarden. Het pastoraat krijgt dan een invulling die enerzijds verdriet, maar anderzijds ook weer verrast. Met dit gegeven blijkt, dat evangelisatie in eigen gemeente belangrijk is. De Zendings- en Evangelisatiecommissie houdt zich bezig met de diverse vormen van zendings- en evangelisatiewerk. Vormen van laagdrempelig evangelisatiewerk zijn o.a.: bezoekwerk onder randkerkelijken, Vakantie Bijbel Week, koffieochtenden en Alpha-cursus. Bij het zendings- en evangelisatiewerk laten we ons ondersteunen en adviseren door de IZB en de GZB.

Zorgen en verlangens

De Hervormde Gemeente Ochten is een gemeente die ook zorgen kent. Zorgen om het feit alleen al, dat in een op papier grote gemeente slechts 1/4 deel op een of andere wijze meer of minder actief betrokken is bij het kerkelijk werk. Dit gegeven drukt zijn stempel op o.a.:

  • jeugdwerk en clubwerk
  • catechese en belijdeniscatechese
  • stervensbegeleiding en pastoraat
  • benaderen randkerkelijken

Ook is de gemeente niet in staat altijd even adequaat in te spelen op de tendensen die er in protestants christelijk Nederland gaande zijn. Het is moeilijk om een Bijbels gefundeerd antwoord te hebben op zaken die op het eerste gezicht Bijbels lijken, maar in wezen aan de kern van de zaak of de belijdenis schade dreigen te berokkenen.

Uiteraard heeft de gemeente verlangens en wil zij zich inzetten om op een Bijbels verantwoorde manier een baken in deze tijd te zijn. Vernieuwingen in de gemeente worden, mits Bijbels onderbouwd, als positief ervaren. Men moet groeien naar de concretisering van bepaalde initiatieven, maar toont zich dan gewillig en accepteert bijvoorbeeld:

  • vormen van mentorcatechese
  • bepaalde liturgische gebruiken bij bijzondere diensten

Belangrijk is, dat 'zij allen één zijn’ en dat er respect is naar elkaar toe en dit respect stoelt op één gemeenschappelijk geloof in Christus. Geen geringe opdracht, want in deze moderne tijd is het vinden van een basis om te leven vanuit Gods Woord geen sinecure! De missie die de gemeente heeft, of beter gezegd, telkens in het zicht moet blijven houden, is niet eenvoudig. Het getrouw dienaar zijn van onze Hemelse Vader en daarvan afgeleid van de gemeente en haar leden is een missionair streven dat een opdracht is voor iedere dag.

B. Visie

Tijdens een van de kerkenraaddagen hebben we de visie op onze gemeente als volgt verwoord:

“We zijn geroepen/gered door onze Heiland, Jezus Christus, en vanwege die roeping is het onze opdracht oog te houden op mensen met wie wij in contact kunnen komen (heelheid). Wij willen elkaar bemoedigen, troosten (bevrijding) om als een gezin te leven...”

C. Missie

Om als gezin te leven onder de beschermende vleugels van onze hemelse Vader moet en kan het niet anders zijn, dat onze missie is om trouw aan Hem en aan elkaar te zijn binnen én buiten de gemeente. Wij moeten als herkenbare christenen, als leesbare brieven van onze Heere Jezus Christus in onze gemeente staan en werken.

D. Doelstellingen (beleid in de toekomst)

Niet het streven naar bepaalde resultaten of het stellen van hoge doelen, maar het bewust werken aan de wortels is het uitgangspunt. We verlangen naar inhoudelijke groei: geestelijke verdieping van de gemeente. Wortelen in de Heere Jezus is wortelen in het Woord. Nadrukkelijker dan ooit, te beginnen bij het hart van de gemeente.

Ons staat daarbij het volgende voor ogen:

De preek centraal:

Het hart van het gemeente-zijn is de zondagse samenkomst van de gemeente in de eredienst. In de prediking wordt Gods Woord naast ons dagelijks leven gelegd en ontdekken we hoe dat alles wat we doen in een ander licht gezet wordt, hoe het heel ons leven stempelt en verandert. Als Christus en Zijn werk verkondigd worden, merken we pas hoe praktisch Gods Woord is, en hoe God ons oproept om dicht bij Hem te leven. Daarvoor hebben we de prediking nodig; een prediking die doordacht, doorleefd en doorbeden moet zijn. Wortelen in het Woord betekent, dat de preek centraal staat en dat, om te beginnen, de prediker/predikant wortelt in Zijn Zender.

Gesprek over de preek:

De preek is niet afgelopen als het 'Amen' heeft geklonken. Dan begint het pas! Wat doet de gemeente met de verkondiging die zij heeft gehoord? Die gepredikte boodschap moet zijn vervolg krijgen in de week die begonnen is. De prediking zou een vervolg kunnen/moeten krijgen op de diverse kringen. Met als doel, dat de prediking doorwerkt in de levens van jongeren en ouderen in de week die loopt! Preek en gesprek over de preek hebben elkaar nodig. In combinatie met elkaar helpen zij de gemeente te wortelen in het Woord van onze Heere Jezus.

Invulling:

Er is in het seizoen 2007-2008 gestart met een vorm van mentorcatechese met groepscatechese op maat. Dit verloopt goed. We sluiten zo mogelijk aan bij het jaarthema van de HGJB door middel van een aantal themadiensten gedurende het seizoen. De Bijbelleesweek in het najaar staat in hetzelfde thema.

Hoofdstuk 2 - Catechese

A. Visie

De doelstelling van de catechese zouden we goed kunnen afleiden uit Mattheüs 28 vers 19. Als Jezus daar tegen Zijn discipelen zegt: ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken’, dan bedoelt Hij te zeggen: maakt alle volken tot Mijn discipelen. Bij het leren op de catechese gaat het erom dat het komt tot het volgen van Jezus Christus. Tijdens dat leerproces is er dus een keuzemoment. Het leren op de catechese is dus nooit een vrijblijvende zaak, het vraagt om een beslissing. Catechese stuurt aan op het moment van een belijdenis van het geloof in Jezus Christus als persoonlijke Redder en Verlosser en dat moment mag voor God en Zijn Gemeente zichtbaar zijn bij het afleggen van een Openbare Geloofsbelijdenis. Het leren op de catechese is dus niet alleen van verstandelijke aard. Het geleerde kan en moet afdalen van het hoofd naar het hart. Alleen op die manier kan het geleerde op de catechese in het leven van jong en oud handen en voeten krijgen. Een en ander mag en moet zichtbaar worden in het persoonlijke leven, het gemeenteleven en het maatschappelijke leven. Het gaat daarbij dus steeds weer om de drieslag: God en ik, de gemeente en ik, de wereld en ik. Steeds weer worden we binnen de gemeente opgeroepen om in deze steeds meer seculier wordende maatschappij onder woorden te brengen wat we geloven. Dat heeft gevolgen voor de wijze waarop we op de catechese met elkaar bezig zijn. In de manier waarop het leren gestalte krijgt binnen de catechese willen we met nadruk ruimte geven aan de catechisant om zijn of haar vragen te stellen aan elkaar en aan de catecheet. De catecheet en de werkvormen nodigen daar ook toe uit. Een en ander heeft gevolgen voor de grootte van de groep. Er moet voldoende ruimte zijn zodat iedereen aan bod en aan zijn trekken kan komen.

In 2 Timotheüs 3 vers 14 tot en met 16 (HSV) lezen we het volgende:

“14 Blijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, 15 en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is. 16 Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, 17 opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.” Deze woorden die in eerste instantie gericht zijn tot de jonge Timotheüs benadrukken het enorme belang van Gods Woord. Het is een ‘must’ dat de catechisanten kennis nemen van Gods Woord. Dat betekent dat we op de catechese maar ook in andere verbanden steeds weer moeten benadrukken dat de Bijbel een lamp voor onze voet en een licht op ons pad wil zijn. Voor de catechese betekent dit dat in principe bij elke catecheseles de Bijbel opengaat en gesproken wordt over de inhoud van de Bijbel. Gods Woord is leidraad in het leven, maar ook bij de behandeling van een onderwerp op de catechese.

B. Bestaande situatie, c.q. huidig beleid

De predikant en een van de pastoraal medewerkers nemen het merendeel van de catechese voor hun rekening. Bij de tieners krijgen ze hierbij assistentie van een aantal mentorcatecheten.

  • De basisschoolleeftijd groep 7 krijgt 1 keer in de twee weken catechese. In de tussenliggende week is er voor hen club. Deze catechese kent een instructief en een ontspannend deel en duurt 5 kwartier.
  • Voor groep 8 geldt hetzelfde. Bij beide groepen wordt materiaal gebruikt dat door de catecheet zelf bij elkaar wordt gezocht.
  • Voor de leeftijd van 12 tot en met 16/17 jaar (grofweg de eerste vier/vijf klassen van het voortgezet onderwijs) wordt al enige jaren mentorcatechese aangeboden. Bij deze werkvorm wordt er in een plenaire groep gestart met een inleiding en daarna gaat men in groepen onder leiding van bij voorkeur twee mentoren uit elkaar om de lesstof te verwerken. Bij deze werkvorm is interactie en onderling vertrouwen erg belangrijk. Het materiaal wordt door de beide catecheten gekozen.
  • De groep in de leeftijd van 17 tot 20 jaar komt 1 keer in de twee weken bij elkaar onder leiding van de predikant (17-plus)
  • De groep van 20 jaar en ouder komt eveneens 1 keer in de twee weken bij elkaar in de huiskamer van de pastoraal werker. (20-plus)
  • De belijdeniscatechese wordt gegeven door de predikant aan jongeren en ouderen die aan hebben gegeven zich te willen bezinnen op het afleggen van Openbare Geloofsbelijdenis in het midden van de gemeente.
  • Er zal doopcatechese aangeboden worden aan ouders die recent een kind lieten dopen. Er wordt vorm gegeven aan toerusting en christelijke opvoeding van de kind(eren) binnen de gezinnen. Ook is er aandacht voor ouders die na het dopen minder zichtbaar zijn in de kerk en of activiteiten. De frequentie van deze bijeenkomsten zal één- à tweejarig zijn.

C. Knelpunten

  • In het onderwijs wordt gebruik gemaakt van allerlei moderne media om de aandacht van de jongeren vast te houden. Bij de catechese zijn middelen en mogelijkheden vaak beperkt.
  • Betrokkenheid van ouders op de catechese is beperkt.
  • Voor veel ouders heeft catechese geen hoge prioriteit.
  • Jongeren hebben het druk met huiswerk, bijbaantjes en veel naschoolse activiteiten waardoor catechese er vaak bij inschiet.
  • De Bijbelkennis bij de jongeren is matig. Dit zorgt voor problemen bij het uitleggen van bepaalde Bijbelse onderwerpen.
  • Het is moeilijk om het catechesemateriaal van al de groepen blijvend op elkaar af te stemmen en te zorgen voor een goede doorgaande lijn.
  • Het regiokarakter van onze gemeente brengt met zich mee dat veel jongeren in verschillende plaatsen wonen en op veel verschillende scholen zitten. Groepsvorming, vaak een pré binnen jeugdwerk en catechese, vraagt om blijvende aandacht.
  • Kerkgang laat te wensen over waardoor het moeilijk is om lijnen te trekken van de catechese naar de eredienst en omgekeerd.
  • De Bijbeltaal is voor veel jongeren een onbegrijpelijke taal geworden. Omdat er thuis en op school (te) weinig uit de Bijbel gelezen wordt heeft men moeite om te begrijpen wat men in de Bijbel leest.
  • Het niveauverschil in de groepen is zeer groot; zowel qua intelligentie, maar ook voor wat betreft het geestelijk denken wat men van thuis of school heeft meegekregen. Dit heeft als gevolg dat vaak ook de beschikbare catechesemethoden voor groep 7 en 8 te moeilijk zijn en niet aansluiten bij de beginsituatie.
  • Het aantal jongeren dat naar catechese komt is veel te laag gezien de omvang van de gemeente. Er is sprake van continuïteit wat de opkomst betreft. • Er wordt nauwelijks meegezongen.
  • Inbreng voor de gevraagde voorbede komt nauwelijks uit de jongelui en meer bij de mentoren vandaan.

D. Doelstellingen (beleid in de toekomst)

  • Zoeken naar wegen om het belang van catechese bij ouders onder de aandacht te brengen.
  • Het groepsproces positief proberen te beïnvloeden waardoor men elkaar meeneemt naar catechese.
  • Zoeken naar wegen om het belang van Bijbellezen bij jongeren te bevorderen.
  • Mogelijkheden benutten om verbanden te leggen tussen catechese en eredienst.
  • Catechese ook op het huisbezoek onder de aandacht brengen.
  • Zorg dragen voor en bewaken van een doorgaande lijn van de leerstof in de catechese.
  • Zoeken naar wegen om binnen de catechese het geloof handen en voeten te geven. Ook ‘zendingsreizen’ kunnen een positieve uitwerking hebben. Voor de catechese geldt: hoofd en hart moeten handen en voeten krijgen.
  • Ouders uitnodigen om een catechesebijeenkomst te bezoeken.
  • Ten aanzien van de betrokkenheid tijdens de catechese bij het zingen en de voorbede zoeken naar wegen om jongeren meer te motiveren.

Hoofdstuk 3 - Diaconaat

Visie

De visie gaat in op de Bijbelse opdracht m.b.t. diaconaat door de diakenen en de diaconale gemeente. De opdracht tot diaken (= dienaar) zijn, persoonlijk of als gemeente, vindt zijn oorsprong in Christus. Hij is de grote Diaken, gekomen om te dienen (Mark.10: 45) en Hij trekt Zijn volgelingen (gemeente) mee in de gestalte van de dienstknecht. De gemeente oriënteert zich in haar diaconale roeping dan ook op Christus. Daarbij moet opgemerkt worden, dat Zijn dienst uniek is en ons dienen inspiratie en motivatie put uit Jezus unieke dienen. Het ambt van diaken vindt zijn wortels in de dienstknechtgestalte van de gemeente. Christus werkt door Zijn Geest in onze harten de liefde tot God en de naaste en vanuit deze bron worden we gedreven om dienstbaar te zijn in het Koninkrijk van God, ten dienste van de naaste dichtbij en ver weg. We zien dat al gestalte krijgen in de eerste christelijke gemeente te Jeruzalem. Vrucht van de Geest is daar een sterke eenheid en een gemeenschappelijke dienst. Spontaan wordt daar rijkdom gedeeld met behoeftigen.

In bovengenoemde sfeer van eenheid en gemeenschappelijke dienst ontstaat het diaconaat (Hand.2:43-47;4:32-37;5:12-16 en 6:1-7). In de gemeente te Jeruzalem worden de liefdemaaltijden gehouden, waaraan rijk en arm deelnemen. Op een zeker moment blijkt, dat Grieks sprekenden protesteren vanwege het feit, dat hun weduwen bij de dagelijkse verzorging verwaarloosd worden. Op advies van de apostelen wordt de gemeente geroepen mannen aan te stellen die deze taak op zich nemen. De gemeente moet uitzien naar mannen, die goed bekend staan en vol wijsheid en vol van de Heilige Geest zijn (Hand.6:2,3). Er worden 7 mannen uitgekozen die na gebed de handen opgelegd krijgen en daarmee officieel tot diakenen aangesteld zijn.

De diaconale roeping is echter niet de opdracht van enkele daarvoor aangestelde specialisten, maar is roeping van heel de gemeente. Deze roeping krijgt binnen de gemeente gestalte in en vanuit de eredienst. Daar worden de gaven ingezameld en later door de diakenen op verantwoorde wijze besteed. We geven onze gaven tot leniging van de behoeftigen dichtbij en ver weg. Diakenen hebben tot taak de gemeente te stimuleren en te activeren in haar diaconale roeping. Die roeping is allereerst een kwestie van instelling. De diaconie geeft leiding aan het diaconaal bewust en bezig zijn van de gemeente van Christus ter plaatse.

Voor de concrete invulling van de diaconale roeping moeten we bedenken dat we leven in een tijd, waarin de overheid in onze landelijke situatie veel van de vroegere zorgen van de kerk heeft overgenomen. Tegelijk is te bedenken, dat ondanks deze veranderde situatie er nog veel armoede en onrecht elders in de wereld is. Tegenwoordig zien we een sterke toename van de individualisering in de maatschappij. Dit heeft o.a. tot gevolg dat de vereenzaming toeneemt en dat de zorg van de overheid afneemt i.p.v. toeneemt. Als diaconale gemeente dienen we alert te zijn op de noden dichtbij en ver weg. Voor het uitoefenen van onze diaconale roeping moeten we niet alles op de noemer van het begrip barmhartigheid brengen, maar verdient het Bijbelse en zeer belangrijke begrip gerechtigheid ook onze volle aandacht. Als deze beide begrippen tot hun recht komen in het diaconaal bewust en bezig zijn, zijn we als gemeente of gemeenteleden niet de grote weldoeners, maar navolgers van God en Christus, die belangeloos onze roeping verstaan.

Bestaande situatie, c.q. huidig beleid

De bestaande situatie gaat in op de hoofdtaken maar ook beleidsmatige zaken komen hier aan de orde.

Om aan te geven wat er zoal door de diaconie wordt gedaan, volgt er een opsomming van de meest belangrijke taken.

De volgende taken behoren tot het diakenschap.

  • Zorg: Te denken valt hierbij aan ouderenhulp (Klaartje), zorg voor zieken (hulpdienst), alleenstaanden, gehandicapten, langdurig werklozen, enz.
  • Bijstand zoals verzorging of bescherming aan hen die dat nodig hebben, b.v. financiële ondersteuning (renteloze lening), incidentele giften aan asielzoekers, daklozen, etz.
  • De ambtelijke tegenwoordigheid bij de kerkdienst:
  • Het inzamelen van de gaven voor diaconale doeleinden
  • De dienst der voorbeden
  • De viering van het Heilig Avondmaal: voorbereiding en viering
  • Als diaconie mengen we ons in het jeugdwerk door mee te draaien met de kompasgroep en dienend aanwezig te zijn bij zoveel mogelijk activiteiten. Op deze manier krijgen we de kans om een bepaalde periode met de jongeren mee te lopen. Zo krijgen we mee wat er leeft onder de jeugd en bij problemen zijn we letterlijk in de buurt om te kunnen helpen. Daarnaast stimuleren we de jongeren om zelf diaconaal bezig te zijn. Persoonlijk in hun eigen omgeving en gezamenlijk met acties en diaconale projecten
  • Het verlenen van medewerking aan andere arbeid ten behoeve van maatschappelijk welzijn: een taak die zich bezighoudt op regionaal, provinciaal, landelijk en wereldwijd. Voorbeelden zijn de projecten in Kenia bij Fam.Shiverenje en in Kosovo bij de Fam.Brazdi.

6. Het beheren van de diaconale gelden en goederen in eigen gemeente en bijeenbrengen van gelden voor het diaconaat in breder verband in Nederland en daarbuiten. Dit alles vereist natuurlijk een regelmatige bezinning op het zo doelmatig mogelijk besteden van de ontvangen gelden. Dit wordt in de diaconievergadering gedaan, waarin tevoren om wijsheid, inzicht en leiding van de Heilige Geest gebeden wordt, zodat met vertrouwen de gaven uitgedeeld mogen worden. Tevens is het beheer van de diaconale goederen een taak waarin de diaken zich moet bekwamen een zo eerlijk mogelijk beleid te voeren.

Het informeren en voorlichten van de gemeente wordt als een belangrijke aspect gezien om de diaconale betrokkenheid te vergroten.

  • Ieder jaar wordt er rondom de kerk een rommelmarkt gehouden. De opbrengst van deze markt is voor 50 % bestemd voor het werk van de kerkrentmeesters en de andere 50 % voor het werk van de diaconie. Op de rommelmarktedag is een diaken betrokken bij de uitvoering (financiën).

Knelpunten

De inventarisatie van de knelpunten heeft het volgende naar voren gebracht:

  • Aan de signaalfunctie binnen en buiten de gemeente moeten we allemaal (ook de gemeente) aan werken.
  • Teamwisseling waardoor kennis en ervaring verloren gaat
  • Diaconale bewustwording van de gemeente

Binnen en buiten de gemeente zijn kleine en grote noden. Vaak bereiken deze noden de diaconie niet. Het wordt dikwijls als een grote stap gezien om naar de diaconie te gaan want dan moet er wel ‘echt’ wat ‘ergs’ aan de hand zijn.

De diaconie heeft de indruk dat het diaconaal bewust zijn te weinig onder de gemeente leeft. Hiermee wordt bedoeld het omzien naar elkaar en de ander. Dit blijkt o.a. uit het feit dat er niet of nauwelijks terugkoppeling van de gemeente naar de diaconie is.

Er is veel informatie beschikbaar over het aanbieden van hulp en er komt steeds nieuwe regelgeving waar we mee te maken krijgen. Wat je nu denkt te weten, kan over een jaar verouderd zijn.

Doelstellingen

Teamwisselingen vragen altijd weer de nodige aandacht.

In 2020 zal de focus komen te liggen op de signaalfunctie die gericht zal zijn op de kerkelijke gemeente en pas daarna op de niet kerkelijke gemeente. Hiervoor is gekozen omdat we geloven dat van binnenuit (de gemeente) naar buiten een positieve werking heeft en dat dit als een goede basis kan dienen om verder naar buiten te treden. Beleidspunten en plan van aanpak worden in 2020 nader uitgewerkt. Belangrijk om te benoemen is dat de diaconie, stichting Hulpdienst Ochten-Eldik financieel ondersteunt die mensen binnen en buiten de kerkelijke gemeente helpt met laagdrempelige hulpvragen.

De diaconie wil inspelen op acute noodsituaties die zich lokaal, landelijk en wereldwijd kunnen voordoen. Een voorbeeld hiervan is het houden van een collecte voor een rampgebied. Deze collecte wordt dan ingepast in de bestaande collecterooster.

Hoofdstuk 4 - Eredienst

A. Visie (wat is onze visie op dit onderdeel?)

In de eredienst klopt het hart van de gemeente. Daar komt de gemeente des Heeren bijeen onder de bediening van het Woord, de bediening van de sacramenten, in de dienst van de barmhartigheid en de gebeden.

De Bijbel geeft aan hoe belangrijk de samenkomst van de gemeente is. In het Oude Testament kwamen de Israëlieten bijeen in de tabernakel om te offeren aan de Heere. Dit offer wees heen naar het offer van Christus tot verzoening van de zonde. In het Nieuwe Testament komt het volk in de synagoge om het Woord te lezen en de uitleg te horen. Ook Jezus gaat op de sabbat naar de synagoge om zelf te lezen en uitleg te geven. Verder is er sprake van samenkomsten van de christelijke gemeente (Hand. 4: 31, 1 Kor. 5: 4, Hebr. 10: 25 e.a.).

De kerkdienst is de werkplaats van de Heilige Geest, waar ons Christus wordt verkondigd. Alle andere onderdelen die aan de kerkdienst verbonden zijn zoals: de gebeden, de offeranden en de lofprijzing nemen daarbij een belangrijke plaats in.

Paulus legt grote nadruk op de Christusprediking. In de prediking wordt Gods Woord naast ons dagelijks leven neergelegd en ontdekken we hoe dat alles wat we doen in een ander licht gezet wordt, hoe het heel ons leven stempelt en verandert. Als Christus en Zijn werk verkondigd worden, merken we pas hoe praktisch Gods Woord is, hoe God ons oproept om dicht bij Hem te leven. Daarvoor hebben we de prediking nodig; een prediking die doordacht, doorleefd en doorbeden moet zijn. Wortelen in het Woord betekent, dat de preek centraal staat en dat, om te beginnen, de prediker/predikant wortelt in Zijn Zender.

In zondag 38 van de Heidelberger Catechismus vinden we het gebod dat de kerkdienst en het predikambt onderhouden moeten worden. In de kerkdienst spreekt God door middel van de prediking tot ons, waarbij het Woord centraal staat. Het is de roeping van de gemeente om naar de sprekende God te luisteren, want het geloof is uit het gehoor door het Woord van God (Rom. 10, 17). Het is de Heilige Geest die het Woord werkelijkheid in ons leven maakt. Mensen komen tot het geloof in Christus Jezus Die het hart van het evangelie is. Er ontstaat een geloofsrelatie met God en met elkaar.

Samenvattend gaat het in de kerkdienst om:

het Woord

  • wie God de Vader is, en als Schepper en Onderhouder doet,
  • wat Christus Jezus de Zoon van God doet als Verlosser,
  • wat de Heilige Geest in Zijn vernieuwende werk doet. het ant-woord
  • de lofprijzing
  • de dienst der gebeden
  • de dienst der offeranden

Dit gebeuren van Woord en antwoord wordt zichtbaar en tastbaar gemaakt bij de bediening van de sacramenten.

De prediking dient voluit een gereformeerde prediking te zijn naar de Schrift en te staan op de belijdenis van de kerk.

Gereformeerde prediking is bijbelse prediking. In deze prediking klinkt ook mee het belijden van de kerk der eeuwen, met name zoals dat in de tijd van de Reformatie, in onze traditie via Calvijn, naar voren is gekomen. Gereformeerde prediking is allereerst het Woord van God verkondigen. Ze is gebaseerd op heel de Schrift. De centrale boodschap van de Schrift die uitgezegd dient te worden is: Gods genade in Jezus Christus voor zondige mensen. Deze prediking ontdekt aan zonde en schuld en roept op tot navolging van Christus. Ze is dan ook waarschuwende, vermanende en aansporende prediking. Dogmatische accenten, bevindelijke momenten en actuele zaken uit de leefwereld van ouderen, jongeren en kinderen zullen alleen aan de orde komen voor zover de tekst en het verband daarom vragen. Het doel van de gereformeerde prediking is: Christus laten schitteren in alle facetten van het geloofsleven, opdat jongeren en ouderen tot geloof en bekering komen.

B. Bestaande situatie, c.q. huidig beleid (wat doen we, c.q. hoe is momenteel de gang van zaken?)

De orde van dienst verloopt doorgaans als volgt:

  • Afkondigingen
  • Lied
  • Votum en groet
  • Lied
  • Wet des Heeren of Geloofsbelijdenis
  • Lied
  • Gebed
  • Schriftlezing(en)
  • Lied
  • Prediking
  • Lied
  • Dankgebed en voorbeden
  • Collecten
  • Lied
  • Zegen

Doorgaans vinden de schriftlezingen plaats uit de Herziene Statenvertaling en er wordt ritmisch gezongen uit de psalmberijming van 1773. Naast deze psalmberijming is het mogelijk om 1 psalm uit Weerklank te zingen en mogen er maximaal twee liederen uit de bundel Op Toonhoogte of Weerklank worden gezongen.

Per jaar worden zo'n 115 erediensten gehouden. Deze kunnen we onderverdelen in:

A. Gewone diensten:

  • Diensten i.v.m. kerkelijk jaar
  • Leerdiensten

B. Bijzondere diensten:

1)

  • a. Doopdiensten 4)
  • b. Avondmaalsdiensten
  • c. Andere diensten
  • Diensten rondom de jaarwisseling
  • Morgendiensten op bid- en dankdagen 2)
  • Opening en sluiting winterwerk 2) 3)
  • Afsluiting Vakantiebijbelweek 2) 3)
  • Bevestiging ambtsdragers
  • Belijdenisdienst 2)
  • (Zang-)diensten mmv Hervormd Kerkkoor 2)
  • Themadiensten, bijvoorbeeld rondom Israelzondag – Openluchtsamenkomst op Tweede Pinksterdag 3) – Aangepaste diensten om 10.30 uur 3) – Gezinsdiensten om 16.30 uur 2) 3)
  • d. Huwelijksdiensten 2)
  • e. Rouwdiensten 2)
  • Onder bijzondere diensten verstaan wij die diensten die door verschillende omstandigheden een zodanige invulling vragen dat de voorganger rekening houdt met de aard van de dienst. Dat houdt in dat rekening wordt gehouden wordt met de tekstkeuze, niveau van preken en orde van dienst. Van de voorganger wordt gevraagd om in een bijzondere dienst, tenminste (mag dus meer!) ruimte te maken voor 2 psalmen, waarbij minstens 1 psalm uit de psalmberijming van 1773 eventueel aangevuld met een psalm uit Weerklank. Verder mogen er liederen uit de bundel Op Toonhoogte of Weerklank worden gezongen..
  • Bij deze diensten wordt gebruik gemaakt van een liturgie op papier.
  • Aan deze diensten wordt medewerking verleend door de Sing-in-groep.
  • In de doopdiensten wordt gebruik gemaakt van een vereenvoudigd doopformulier.

C. Knelpunten (wat gaat er niet goed en wat missen we?)

  • Veel gemeenteleden bezoeken slechts één keer per zondag de kerkdiensten;
  • Vele gemeenteleden ondergaan de kerkdiensten vanuit een passieve houding;
  • De betrokkenheid van de gemeente bij de voorbede laat te wensen over;
  • In het leven van gemeenteleden van alle dag mist de prediking veelal de doorwerking;
  • Afname van het bezoek aan de avonddiensten;
  • Het taalgebruik in de psalmen wordt -met name door jongeren- niet altijd begrepen;

D. Doelstellingen (beleid in de toekomst)

  • a. De gemeente blijven stimuleren om ook de avonddiensten te bezoeken;
  • b. onderzoeken op welke wijze de zondagavonddienst onder de aandacht van de gemeenteleden kan worden gebracht;
  • c. meer preekbesprekingen houden (kringwerk-kleine groepen);
  • d. met verwijzing naar het beleidsplan Pastoraat wordt verwacht, dat de voorbede een grotere plaats krijgt binnen de gemeente;
  • e. gemeentebreed (blijven) vragen welke thema's in de avonddiensten zouden moeten worden behandeld;
  • f. moeilijk begrijpbare (woorden in de) psalmen door de voorganger toelichten; ruimte maken voor bijbelgetrouwe psalmberijmingen, die dichter bij ons taalveld staan.

Hoofdstuk 5 - Informatie en communicatie

A. Visie

Communicatie is een belangrijk middel voor het instandhouden van de relatie tussen de kerkenraad en de colleges enerzijds en de gemeenteleden anderzijds. Deze relatie is belangrijk om als kerkenraad, colleges en gemeente een standpunt in te kunnen nemen over bepaalde zaken. De betrokkenheid van de leden wordt mede bepaald door de mate waarin en de wijze waarop afgevaardigden, ambtsdragers en gekozen kerkelijk bestuurders communiceren met de gemeente.

B. Bestaande situatie, c.q. huidig beleid

Er zijn meerdere vaste communicatiemiddelen beschikbaar:

  • De Kerkbode;
  • de afkondigingen voorafgaand aan de kerkdiensten;
  • weekbrief / teksten op de schermen
  • de website;
  • de facebook pagina
  • de appostel app
  • de gemeenteavond(en);
  • flyers (op kerkbanken) en de lectuurbakken;
  • het rommelmarktboekje;
  • de folder Vakantiebijbelweek;
  • het prikbord.

In bijzondere situaties voorziet (het moderamen van) de kerkenraad in passende vormen van communicatie. Hierbij kan worden gedacht aan een inlegvel in De Kerkbode of het doen uitgeven van persberichten. Het faciliteren van de communicatiefunctie is een verantwoordelijkheid van het College van Kerkrentmeesters.

  • De Kerkbode De Kerkbode is door zijn 2(3)-wekelijkse verschijning een belangrijk communicatiemiddel. De Kerkbode is ook het belangrijkste communicatiemiddel voor pastorale, kerkrentmeesterlijke, diaconale en andere gemeentelijke actualiteiten. Aan een hoge frequentie wordt gehecht. Daarom wordt een 2(3)-wekelijkse publicatie beoogd, waarvan slechts op enkele momenten van het jaar wordt afgeweken. De website gaat een steeds grotere rol spelen in de communicatie. Hier kunnen ook op kortere termijn zaken gedeeld worden.
  • Afkondigingen De afkondigingen worden opgesteld door de scriba en voorafgaand aan de kerkdiensten door de ouderling van dienst voorgelezen en/of vermeld op de schermen. Na een woord van welkom aan de gemeente(leden) wordt de voorganger genoemd en gemeld naar wie de bloemen van de zondag gaan. Vervolgens wordt de gemeente eventueel gewezen op andere mededelingen die van belang zijn. Een overlijdensbericht wordt in de morgendienst vóór Votum en groet door de voorganger afgekondigd, gevolgd door het zingen van een psalm / lied. Dit bericht wordt tijdens de avonddienst geprojecteerd op de schermen voorin de kerk.
  • Weekbrief Voor de dienst wordt er op de schermen relevante informatie over de dienst gedeeld, maar ook nieuws over kerkelijke activiteiten (agenda) en eventueel gemeenteleden getoond.
  • Website De website bevat een aantal onderdelen. Allereerst bevat zij de digitale weerslag van de (semi) statische informatie, zoals opgetekend in relevante beleidsstukken en/of de stand van zaken rondom de financiële huishouding, al dan niet in toegankelijke samenvatting aangeboden. Voor deze algemene informatie op de website geldt dezelfde reglementering ten aanzien van de redactie als voor de kerkbode. Privacy gevoelige informatie staat achter een inlogcode. De werkgroep Kompas en de Vakantie Bijbelweek heeft een eigen website waarop informatie te vinden is betreffende dit onderdeel van het jeugdwerk. De digitale agenda is een belangrijk onderdeel van de website. Daarin staat per week/maand vermeld welke activiteiten en diensten er plaats zullen vinden.
  • De facebookpagina. Hierop wordt door de redactie van de website actuele informatie over kerkelijke activiteiten gedeeld.
  • De kerkgeld app Via de kerkgeld app (appostel app) van de SKG worden giften en collecten in de dienst gegeven.
  • Gemeenteavonden In een aantal situaties belegt de Kerkenraad een bijeenkomst waarvoor alle gemeenteleden worden uitgenodigd. Dit kan één of meer van de volgende situaties betreffen:
  • het horen van de gemeente over belangrijke te maken keuzen;
  • geven van informatie over ontwikkelingen;
  • presentaties over thema's die voor de gemeente als geheel van belang zijn.
  • Flyers (op kerkbanken) en lectuurbakken Bij wijze van uitzondering worden flyers ter medeneming in de kerkbanken gelegd met informatie over bepaalde collecten of informatie, die niet op andere wijze kon worden gepubliceerd. Folders met informatie, die van belang kan zijn voor gemeenteleden, worden in de lectuurbakken in de hal van het Baken geplaatst.
  • Rommelmarktboekje Enkele weken voorafgaand aan de jaarlijkse rommelmarkt wordt een boekje huis-aan-huis verspreid met informatie over deze markt, waarin ook advertenties zijn opgenomen. De opbrengst daarvan komt ten goede aan de doeleinden van de markt.
  • Folder Vakantiebijbelweek Jaarlijks wordt enkele weken voorafgaand aan de Vakantiebijbelweek een folder huis-aan-huis verspreid met informatie omtrent de te organiseren activiteiten in die week.
  • Prikbord In de hal van Het Baken is een prikbord aanwezig, waarop -na verkregen toestemming van de scriba of diens plaatsvervanger - informatiemateriaal kan worden aangebracht betreffende kerkelijke of daarmee verband houdende activiteiten.

C. Knelpunten

  • a. Het aanleveren van punten voor de agenda vraagt meer discipline
  • b. De kerkbode wordt niet/matig gelezen, waardoor leden informatie missen
  • c. gemeenteavonden (inhoud) zijn niet alle tevoren gepland; het inplannen van gemeenteavonden vraagt om meer aandacht / borging.
  • d. de gemeente is te weinig op de hoogte en betrokken bij het werk van kerkenraad; dit blijft een knelpunt !
  • e. de lectuurbakken zijn niet overzichtelijk/up-to-date

Hoofdstuk 6 - Jeugdbeleid

Inleiding

A. Gemeentelijk beleid

Het algemeen beleid is richtinggevend voor de gemeente en daarmee ook voor het jeugdbeleid. In het gemeentebeleid worden als het ware kaders gegeven en lijnen uitgezet.

B. Profielschets gemeente

De missie, die verwoord staat op blz. 4 van dit beleidsplan, is het uitgangspunt geweest voor het maken van het beleidsplan.

Visie, missie en motto

A. Visie:

Kinderen en jongeren moeten zich volwaardig thuis kunnen voelen binnen onze kerkelijke gemeente waar onze Drieënige God en de Bijbel centraal staan. Dit is tevens de plaats waar zij samen met volwassenen groeien in het geloof.

B. Missie:

De Hervormde Gemeente van Ochten dient voorwaarden te scheppen zodat kinderen en jongeren zich volwaardig thuis kunnen voelen. Om te kunnen geloven staan onze Drieënige God en de Bijbel centraal.

Als gemeente hebben we de taak:

  • om elkaar te leren wat we geloven (Mattheüs 28:20),
  • om voor Gods aangezicht te komen en te vieren (Handelingen 2:46 en 47),
  • om een naaste te zijn voor elk-ander en te dienen (Lucas 10:37),
  • om een gemeenschap te zijn in eensgezindheid en zo voor elkaar te zorgen (1Petrus 3:8 ev),
  • om te getuigen van Jezus Christus en het evangelie te verkondigen (Mattheüs 28:19).
  • c. Motto: Samen groeien

Plekken in de gemeente

Er is gekeken naar alle plekken in de gemeente waar jongeren komen en waar iets met hen wordt gedaan. We moeten verantwoordelijkheid nemen om al de mensen die op deze plekken met jongeren werken te begeleiden, te ondersteunen en te helpen met visie. De samenhang en het samenwerken tussen verschillende plekken waar jongeren komen is voor de geloofsontwikkeling van jongeren van groot belang. We onderscheiden de volgende 6 plekken.

  • Gezinnen De plek waar mensen met een opvoedingsverantwoordelijkheid om jongeren heen staan. Waar mensen met verschillende leeftijden met elkaar optrekken en waar de familieband en vriendenkring bijzondere (on)mogelijkheden en verantwoordelijkheden geeft.
  • Gemeente en eredienst Plekken in de gemeenten waar jongeren en ouderen elkaar als gelijkwaardigen tegenkomen, samen voor het aangezicht van God staan, samen in gesprek zijn of dingen ondernemen. Het zijn vooral verschillende leeftijden die elkaar tegenkomen en die elkaar aanvullen, bemoedigen en corrigeren. Dit kan zijn tijdens de eredienst en andere activiteiten.
  • Catechese Plekken in de gemeente waar mensen met jongeren optrekken met de bedoeling om hen te leren wat we geloven. Waar jongeren geloofskennis en geloofspraxis verzamelen om uiteindelijk zelf ver-antwoord-ing te geven door het doen van belijdenis en het op zich nemen van taken als volwassen gemeentelid.
  • Jeugdwerk Plekken in de gemeente waar mensen met jongeren optrekken en jongeren vooral met leeftijdsgenoten optrekken om gemeenschap te leren. Om praktisch gemeente-zijn te oefenen en jongeren uit te dagen verantwoording voor elkaar, de gemeente en de wereld te nemen met een accent op vorming en onderwijs in de christelijke ethiek en de grote thema’s uit het leven van jongeren.
  • Missionair werk Plekken waar op eenvoudige, laagdrempelige en gastvrije manier aan niet-gelovige jongeren wordt uitgelegd wat we geloven en wie God is. Mensen verbinden zich voor een tijd aan jongeren om hun leven te delen en te laten zien wat christen-zijn inhoudt.
  • Diaconaal werk Plekken in en buiten de gemeente waar jongeren diaconaal bewust worden gemaakt. Zij leren daar om anderen te helpen en hoe ze zelf hulp kunnen ontvangen.

Inventarisatie wat er binnen onze gemeente wordt gedaan

In de tabel staat in de eerste kolom een overzicht van de activiteiten (werkvorm) binnen onze gemeente. Daarachter staat met een nummer de plek van hen die er aan deelnemen.

Plekken: 1 = Gezinnen, 2 = Gemeente en eredienst, 3 = Catechese, 4 = Jeugdwerk, 5 = Missionair werk, 6 = Diaconaal werk

Plek en leeftijd die deelnemen aan een bepaalde werkvorm Werkvorm Kinderen < 12 Tieners 12-15 Jongeren 15-23 Volwassenen ** Club

4 Zondagsschool

3(4) Kindernevendienst

2 Kompas

4 Tienerclub

4 Basiscatechese

3 Mentorcatechese

3 Jongerencatechese 17+ 3 Jongerencatechese 20+ 3 Belijdeniscatechese

3 Huwelijkscatechese

3 3 Eredienst

2 2 2 2 Oppas

4 HGJB-acties

6 6 6 Doopcatechese

3 Gemeenteavonden

1,2 1,2 1,2 Startactiviteiten opening winterwerk 2,4 2,4 2,4 VakantieBijbelWeek jongeren 4,5 VakantieBijbelWeek tieners 4,5 Jong Ochten 4,5 VakantieBijbelWeek kinderen 4,5 Terugkomavond Doopouders 1

  • * Bij volwassenen gaat het om ondersteuning van de ouders bij de opvoeding voornamelijk door vorming en toerusting.

De plekken met prioriteit van aanpak met betrekking tot kinderen en jongeren

Plek gezin Ouders dienen een voorbeeld te zijn voor hun kinderen. Binnen onze gemeente dient een betere ondersteuning gegeven te worden om de ouders hierin te helpen/onderwijzen. Dit zal voornamelijk bestaan uit vorming en toerusting. Alleen goed voorbeeld doet goed volgen, doet samen groeien. Deze plek dient grote aandacht te krijgen.

Gedacht kan worden aan opvoedingskringen voor verschillende leeftijden en verdieping van doopcatechese.

Plek gemeente en eredienst Buiten de eredienst om is er groeiend contact tussen jongeren en ouderen. Daar het samen groeien zeker ook plaats dient te vinden tijdens de eredienst blijft de opkomst van kinderen en jongeren een aandachtspunt. Jongeren voelen zich niet altijd aangesproken/betrokken bij de eredienst. Deze plek dient grote aandacht te krijgen.

Jongerenpastoraat zal in de komende periode handen en voeten moeten krijgen.

Plek catechese In het seizoen 2007-2008 is een hernieuwde start gemaakt m.b.t. de catechese. Zie beleidsplan catechese. Momenteel draait de catechese voldoende tot goed. Deze plek dient de aandacht te houden.

Plek jeugdwerk De clubs draaien in het algemeen goed. Aandachtspunt is dat er kinderen en met name jongeren gemist worden. De gewijzigde invulling van de kompasavonden naar de zaterdag & zondag laten hier een positieve verandering zien. Bij een hogere opkomst dienen clubs gesplitst te worden. Binnen onze gemeente blijft het een uitdaging om voldoende mensen te vinden die geschikt/beschikbaar zijn om leiding te geven. De groep waaruit onze gemeente kan putten is klein. Veel activiteiten komen op weinig schouders terecht. Zie beleidsplan vrijwilligersbeleid. Deze plek dient de aandacht te krijgen. Wij blijven dankbaar en vertrouwend op een voorzienend God.

Plek missionair De Vakantie Bijbel Week wordt als zeer positief ervaren. Verder wordt er voor en door kinderen en jongeren aan missionair bezig zijn weinig aandacht gegeven.

Plek diaconaat Behoudens het tweejaarlijkse HGJB-project wordt er voor en door kinderen en jongeren aan diaconaal bewustzijn weinig aandacht geschonken.

Hoofdstuk 7 - Kerkenraad

A. Visie

Om de gemeente te hoeden, te bewaren bij, en (terug) te brengen tot wat haar in Christus geschonken is, zijn de ambten ingesteld. De ambtsdragers vertegenwoordigen Christus in het midden van de gemeente. Daarom dienen zij de gemeente en zijn zij zowel met gezag bekleed als tot grote verantwoordelijkheid geroepen. Tegelijk is de kerkenraad, waarin de ambtsdragers van de gemeente samenkomen, ook de vertegenwoordiging van de gemeente. De kerk kent drie ambten, te weten predikant, ouderling en diaken. Alle ambtsdragers samen vormen de kerkenraad, en zij worden gekozen op de wijze zoals omschreven in de “Plaatselijke regeling” van de Hervormde Gemeente te Ochten, danwel door de organen zoals bedoeld in de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (art. V-4, ord. 13.1). Daarmee weten de ambtsdragers zich door of namens de gemeente gekozen, en daarmee door God Zelf geroepen tot het ambt. Zij worden bevestigd met gebruikmaking van de hertaalde klassieke formulieren uit het Dienstboek der kerk, en na het afleggen van de beloften zoals die in deze formulieren zijn vastgelegd. De taak van de diverse ambtsdragers is verwoord in genoemde Kerkorde, artikel V-3

1:

De predikant is in het bijzonder “geroepen tot de bediening van Woord en sacramenten, de verkondiging van het Woord in de wereld, de herderlijke zorg en het opzicht, en het onderricht en de toerusting”. Hij krijgt en neemt voldoende tijd voor studie en exegese van het Woord. De kerkenraad stimuleert het benutten van de geldende regelingen voor studieverlof en biedt hem daarvoor de nodige ruimte en mogelijkheden. Vanuit het onderzoek van het Woord leidt hij de gemeente in haar geheel en gemeenteleden afzonderlijk in onderwijzing, vermaning, vertroosting en bemoediging naar wat nodig is. Bovenal verkondigt hij de bekering tot God en de verzoening met Hem door het geloof in Jezus Christus. Hij weerlegt met het Woord dwalingen en valse leer met het oog op de rechte wandel van de gemeente.

De ouderling is in het bijzonder geroepen tot “de zorg voor de gemeente als gemeenschap, het dragen van medeverantwoordelijkheid voor de bediening van Woord en sacramenten, de herderlijke zorg en het opzicht, en de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar pastorale en missionaire roeping”. De ouderling is de predikant behulpzaam met goede raad, hij ziet toe dat alle dingen in de gemeente ordelijk geschieden en verleent pastorale zorg aan hen die raad en troost behoeven, en hij heeft de taak toe te zien op leer en leven van de predikant en de gemeente. De ouderling-kerkrentmeester is daarnaast bovendien belast met “de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard”.

De diaken is geroepen tot “de dienst aan de Tafel des Heeren, het inzamelen en uitdelen van de liefdegaven, de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid in de gemeente en de wereld, de toerusting van de gemeente tot het vervullen van haar diaconale roeping, en tot de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van diaconale aard”. In deze taak staan zij ten dienste van de predikant en de plaatselijke gemeente. De verantwoordelijkheid buiten de gemeente krijgt gestalte in ondersteuning van stichtingen en organisaties die zich richten op de dienst der barmhartigheid.

Aangezien de kerkenraad aldus gesteld is tot het in Christus’ Naam regeren en vertegenwoordigen van de gemeente, acht de kerkenraad vanuit en in gehoorzaamheid aan de Schrift (I Cor. 14:35, I Tim. 2:12), het ambt niet toegankelijk voor vrouwelijke gemeenteleden. In vele andere verbanden mag de gemeente dankbaar gediend worden door vrouwen die hun gaven daartoe besteden. (voor motivering zie bijlagen)

B. Bestaande situatie, c.q. huidig beleid

1 De cursief gedrukte teksten in paragraaf 4.1 zijn citaten uit de Kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland.

De kerkenraad bestaat volgens het Plaatselijk Reglement uit één predikant, tien ouderlingen, vijf diakenen en vier ouderlingen-kerkrentmeesters. In totaal dus 20 ambtsdragers. De kerkenraad kiest uit haar midden een preses. Het is niet vanzelfsprekend dat de predikant deze rol vervult. De keuze wordt in een vergadering besproken en vastgelegd als besluit. De (ouderling-)scriba is vrijgesteld van bezoekwerk. Drie ouderlingen hebben een bijzondere opdracht, te weten respectievelijk werk onder jeugd en jongeren, werk onder ouderen/alleenstaanden en zending/evangelisatie.

De kerkenraad vergadert doorgaans zeven maal per jaar. Het eerste deel van iedere vergadering wordt gevormd door geloofsgesprek c.q. bezinning. Vervolgens maken beleidsonderwerpen deel uit van de agenda. Het onderwerp “Mededelingen en rondvraag” is een vast agendapunt. De vergaderingen worden bij toerbeurt door een ambtsdrager met zingen en gebed afgesloten.

Het moderamen, dat elk jaar opnieuw wordt gekozen, telt vier leden: een voorzitter (preses), een secretaris (scriba) en twee toegevoegd leden (assessor). Van het moderamen maken deel uit: de predikant, een diaken, een ouderling en een ouderlingkerkrentmeester.

Het moderamen neemt in principe geen beleidsbeslissingen. Het heeft als taak:

  • de vergadering van de kerkenraad voor te bereiden en te leiden;
  • kerkenraadsbesluiten uit te voeren (voor zover dat niet aan anderen is opgedragen);
  • zaken van formele en administratieve aard af te doen;
  • zaken af te doen die geen uitstel verdragen. Bij de laatste twee situaties verantwoordt het moderamen zich achteraf naar de kerkenraad toe. Het moderamen vergadert eens per drie weken.

Zowel de vergadering van predikant en ouderlingen (het consistorie), als de beide colleges van (ouderlingen-)kerkrentmeester en van diakenen vergaderen afzonderlijk, maar zij brengen belangrijke besluiten in de kerkenraadsvergadering in ter bekrachtiging. De verslagen van de vergaderingen van genoemde colleges worden ter kennisneming op de lijst van ingekomen stukken van de kerkenraadsvergadering opgenomen en geplaatst op het besloten gedeelte voor de kerkenraad van de website (eventueel als bijlage bij de agenda aan de leden toegezonden).

C. Knelpunten

  • Het inwerken van nieuwe ambtsdragers zonder ervaring laat te wensen over. Tot nu toe heeft het mentoraat nog niet voldoende gestalte gekregen.
  • Aan toerusting van de ambtsdragers, wordt te weinig gedaan.
  • De vervulling van vacatures - vooral die van ouderling - is een bron van grote zorg. In bijzondere gevallen wordt waargenomen door een ouderling van een andere sectie.
  • Er kan door de pastoraal ouderlingen te weinig gebruik gemaakt worden van bezoekbroeders. Enkele ouderlingen gaan meestal alleen op huisbezoek. De gemeente kan als gevolg van het vorenstaande onvoldoende pastoraal worden bearbeid. Het bezoeken van de gezinnen binnen een termijn van drie jaar wordt niet gehaald.
  • Bij de gemeenteleden bestaat veelal onvoldoende bekendheid met de taken van de ambtsdragers. Van daarbij behorende gaven en talenten is men niet op de hoogte.

D. Doelstellingen (beleid in de toekomst)

Toerusting van (nieuwe) ambtsdragers zal een hogere prioriteit moeten hebben. Iedere nieuwe ambtsdrager zal een mentor (bij voorkeur een zittende ambtsdrager) toegewezen krijgen. Diens taak is het inwerken en begeleiden van de ambtsdrager. Daarnaast zal aan nieuwe ambtsdragers de bestaande toerustingscursussen worden aangeboden.

Omdat de vervulling van de vacatures moeilijk zal blijven, zal binnen het beleidsplan onderdeel “Pastoraat” moeten worden gezocht naar een andere vorm van pastoraat.

Iedere sectie-ouderling gaat op huisbezoek met een bezoekbroeder. Het bezoekbroederschap is een 'kweekvijver' voor het ambt. De kerkenraad moet alert zijn om de gemeente met enige regelmaat informatie te verschaffen over de taken die ambtsdragers verrichten. Dit zorgt voor meer begrip bij de gemeente en meer duidelijkheid over het ambt. In het beleidsplan onderdeel 'Vorming en toerusting' wordt hieraan aandacht besteed.

Hoofdstuk 8 - Kerkrentmeesters

Visie

Het College van Kerkrentmeesters, deel uitmakend van de kerkenraad, verricht zijn werk ingevolge de kerkorde zoals deze is vastgesteld bij besluit van de synode. Het College van Kerkrentmeesters is bij Gods genade in Jezus Christus en naar de bepalingen van de kerkorde belast met de zorg voor alle stoffelijke aangelegenheden van de Hervormde gemeente te Ochten - voor zover niet van diaconale aard - en verricht de daaraan verbonden werkzaamheden overeenkomstig de bepalingen van de kerkorde en de ordinanties, alsmede met inachtneming van de bepalingen, gesteld in het plaatselijk reglement. Het beleidsplan van het College van Kerkrentmeesters, realistisch van opzet, zal zich dan ook beperken tot die zaken die een aanvulling zijn op de reguliere activiteiten. Uiteraard valt of staat de effectuering van de beleidsvoornemens met de beschikbaarheid van met name de financiële middelen en de inzetbaarheid van de vele vrijwilligers die vanuit onze gemeente bijdragen aan de totstandkoming.

Het College van Kerkrentmeesters bestaat momenteel uit 4 ambtsdragers en 2 niet ambtsdragers, de secretaris en de verantwoordelijke voor de gebouwen. De samenstelling en taakverdeling van het College is als volgt: Voorzitter Algemene zaken, personele zaken, interne en externe contacten. Penningmeester Financiële zaken en verzekeringen. Secretaris Secretariaat, organisatie en beheer archief. Kerkrentmeester Onderhoud en beheer kerk, Het Baken, pastorie en voormalige kosterswoning Kerkrentmeester Onderhoud en beheer begraafplaats, pacht en groen. Kerkrentmeester Ledenadministratie, website, AVG en geldwerving.

Voor onze Hervormde gemeente moet er een gezond, zakelijk financieel beheer worden uitgevoerd en er moet op een verantwoorde wijze worden geïnvesteerd. Kortom overwogen rentmeesterschap. Het doel is een financieel goede en gezonde basis waarmee het College van Kerkrentmeesters haar taken kan uitvoeren binnen de door haar gestelde kaders, namelijk handhaving pastorale zorg.

Taken van het College van Kerkrentmeesters Het College van Kerkrentmeesters is belast met de zorg voor allerlei stoffelijke aangelegenheden van onze Hervormde gemeente. Daarvoor verricht het College van Kerkrentmeesters de volgende taken:

  • De belangrijkste taak is het in stand houden en bevorderen van prediking en pastoraat, allereerst in financiële zin maar ook tastbaar in het behoud van kerkelijke gebouwen. De predikant wordt momenteel ondersteund door een tweetal pastoraal medewerkers met een omvang van 0,8 fte. De gemeente heeft in eigendom een kerkgebouw, een pastorie, een voormalige kosterswoning en een verenigingsgebouw “Het Baken”. De voormalige kosterswoning is langdurig verhuurd en wordt conform contract door de huurder onderhouden. Het College van Kerkrentmeesters beschikt over diverse landerijen, die allen verpacht zijn. Het verpachten is uitbesteed aan het KKG.
  • Geldwerving om bovenstaande doelstelling te bereiken.

De belangrijkste bron van inkomsten is de jaarlijkse Actie Kerkbalans (55% van de inkomsten). Met de wekelijkse collecten kan ongeveer 18% gedekt worden. De overige 23% worden bijeengebracht door giften (4%), opbrengsten solidariteitskas (6%), pachtopbrengsten en verhuur (12,5%) en de jaarlijks te houden rommelmarkt (3%). Onze gemeente doet jaarlijks mee met de landelijke Actie Kerkbalans en Solidariteitskas. LRP ondersteunt deze acties. LRP verzorgt de incassering van gelden en zij rapporteert maandelijks aan het College omtrent o.a. achterstallige betalingen. Jaarlijks wordt het collecterooster vastgesteld in overleg met de Diaconie. De tweede collecte tijdens de eredienst is bestemd van het College van Kerkrentmeesters en de wekelijkse derde collecte voor een specifiek plaatselijk doel, zoals het bouwfonds en bijstand pastoraat.

  • Verantwoordelijk voor de aanstelling en aansturing van beheerder, kosters, organisten en allen die betrokken zijn bij het goede verloop van de eredienst en instandhouding van de gebouwen. Naast de predikant en pastoraal medewerkers kent de Hervormde gemeente momenteel de volgende betaalde functies: de tuinman (vrijwilligersvergoeding), de beheerder en de organist(en). De functie van koster is opgevuld door vier vrijwilligers. Kosters worden door het College van Kerkrentmeesters aangesteld en benoemd. Momenteel heeft de Hervormde gemeente te Ochten 3 organisten, zijnde 1 hoofdorganist en 2 hulporganisten. De hoofdorganist is aanspreekpunt voor de organisten en is verantwoordelijk voor het opstellen van een speelrooster.
  • Het verzorgen van de ledenadministratie incl. kerkelijk bureau.

Het College van Kerkrentmeesters is volgens de kerkorde gehouden een correct ledenbestand te voeren. Om dit te kunnen verwezenlijken zijn we aangesloten bij LRP.

  • Het beheren en verzorgen van de begraafplaats.

Onze gemeente heeft een eigen begraafplaats, gelegen aan de Liniestraat nr. 18. Het beheer is een verantwoordelijkheid van het College van Kerkrentmeesters.

  • Informeren van de gemeente over financiën en beheertaken.

Het College van Kerkrentmeesters hecht er sterk aan dat gemeenteleden goed geïnformeerd worden over de werkzaamheden en beleidsvoornemens van het college.

  • Beheer van kerkblad en website.

Het college van Kerkrentmeesters is verantwoordelijk voor de verzorging van de kerkbode en de website. Verschillende taken zijn bij vrijwilligers ondergebracht. De kerkenraad is verantwoordelijk voor de inhoud van de kerkbode en de website.

  • Het onderhouden van contacten met de provinciale en landelijke College van Kerkrentmeesters organen. De contacten met derden betreffen voornamelijk zaken rechtstreeks betrekking hebbend op het werk van het College van Kerkrentmeesters. Te noemen zijn dan: de landelijke Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) te Dordrecht, de Regionale Commissie voor Behandeling Beheerszaken (RCBB) te Arnhem en de Stichting Kerkelijke Gelden (SKG).
  • Administratieve taken.

Uit hoofde van functiescheiding is de financiële administratie van het College van Kerkrentmeesters ondergebracht bij een vrijwilliger uit de gemeente. Door toepassing van het zgn. ‘vier-ogenprincipe’ wordt op deze wijze gewaarborgd dat geld en goederen van de gemeente op een correcte wijze worden beheerd. De verzekeringsportefeuille is ondergebracht bij Donatus. Daarnaast zijn diverse verzekeringen bij de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer in de PKN (VKB) afgesloten. Voor het verzorgen van de salarisadministratie en het uitbetalen van de traktementen is door het College een extern bureau aangesteld, te weten KKA. Jaarlijks dient in de maand oktober de begroting voor het komende jaar te worden opgesteld door de penningmeester. In de maand mei de jaarrekening van het voorgaande jaar.

Uitgangspunten Ad 1). Handhaving pastorale zorg op huidig niveau (predikant 1 fte en pastoraal medewerkers samen 0,8 fte). Het onderhoud aan de kerkelijke gebouwen wordt zoveel als mogelijk in eigen beheer uitgevoerd, dan wel uitbesteed aan derden. Beheersing van onderhoud aan kerk en gebouwen met behulp van onderhoudsplan. Onderhoudsplan voor pastorie, voormalige kosterswoning en Het Baken voor lange termijn actueel houden. Kerkgebouw te allen tijde beschikbaar hebben en houden voor de erediensten. Het Baken dient ter beschikking te staan van de gemeenteleden. Rendementsverbetering grondbeheer door KKG. Wanneer de liquiditeitspositie daar om vraagt en er geen andere mogelijkheden meer zijn, zullen landerijen ter verkoop worden aangeboden. Ad 2). Uitgangspunt is dat uit de opbrengst van de jaarlijks te houden Actie Kerkbalans ten minste het pastoraat kan worden gefinancierd. De overige uitgaven moeten worden bekostigd uit opbrengsten van collectes, pacht, giften en overige inkomsten. Collectemunten of digitale giften blijven aanbevelen. Giften/Legaten onder de aandacht brengen. Ad 3). Bijvoorkeur trachten de huidige methodiek te handhaven, daarbij trachten zoveel mogelijk gemeenteleden bij dit werk in te schakelen. Minimaal eens per jaar dient met het betaalde personeel een functioneringsgesprek te worden gehouden. Ad 4). Het kwalitatief goed houden van het ledenbestand. Ad 5). Streven naar een kostendekkende exploitatie van een verzorgde begraafplaats. Ad 6). Gemeente wijzen op verantwoording om mee te helpen met/geven aan het college. Collecterooster onder de aandacht brengen. Blijvend duidelijke communicatie in AKB-folder (wat doet het College met het geld). Communicatie rondom Jaarrekening/Begroting. Ad 7). Bij voorkeur trachten de huidige methodiek te handhaven, daarbij trachten zoveel mogelijk gemeenteleden bij dit werk in te schakelen. Ad 8). Indien nodig wordt met bovengenoemde instanties contact onderhouden. Ad 9). Voor betalingen groter dan EUR 50.000, anders dan overboekingen van en naar eigen rekeningen, zijn zowel de handtekening van de penningmeester, als die van de voorzitter of secretaris benodigd. De begroting zo mogelijk dekkend op te stellen door zo weinig mogelijk onzekerheden in te bouwen. De begroting dient een afspiegeling te zijn van het beleidsplan. Een begrotingstekort dient te allen tijde voldoende te worden onderbouwd en dient de zorg te zijn van de gehele gemeente, niet alleen van het College van Kerkrentmeesters.

Overige uitgangspunten Arbeidsvoorwaarden personeel in orde brengen (verzekeringen, belastingen, pensioenen etc.). Kostenbeheersing door meer vrijwilligers in te schakelen en meer taken zelf te doen. Invloed van de nieuwe PKN-kerkorde op beleid en uitvoering College van Kerkrentmeesters. College moet eigen “broek” op kunnen houden, geen leningen van derden aantrekken. Tarievenlijst actueel houden. Uitgaven, nu en in de toekomst, naar ontvangsten als uitgangspunt.

Hoofdstuk 9 - Missionair werk

Voorwoord

Het is een bijbelse opdracht om het Evangelie van Jezus Christus te verspreiden onder buitenstaanders:

mensen die daar (nog) onwetend over zijn. In het Nieuwe Testament zijn hiervoor 2 grondlijnen te vinden. De eerste is de Grote Opdracht, zoals we die verwoord vinden in Matth. 28:19 (‘Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen'), en de tweede het Grote Gebod, zoals verwoord in Matth. 22:37-40 (‘U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten’). Deze twee motieven, de liefde tot God en de verantwoordelijkheid t.a.v. Zijn gebod, en de liefde voor en bewogenheid met onze naaste, worden samen genoemd in 2 Kor. 5:10-11a en 14a (‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. Nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof; Want de liefde van Christus dringt ons’).

A. Visie

Gebaseerd op bovengenoemde uitgangspunten hebben we de volgende visie op missionair gemeente zijn: 'Ieder mens is belangrijk voor God en daarom ook voor ons. Maar zonder een persoonlijke relatie met Christus blijft een ieder voor eeuwig van God gescheiden. Mensen moeten bereikt worden met de boodschap van het Evangelie. Wij moeten hen de gelegenheid bieden vragen te stellen en bezwaren te uiten. We moeten hen bereiken op een manier die past bij de cultuur waarin ze leven. We moeten er begrip voor hebben dat het voor ‘nog-niet gelovigen’ meestal een hele tijd duurt voordat ze er aan toe zijn hun leven toe te vertrouwen aan Christus, en we zijn ons daarbij bewust dat God ook anders kan werken.' Om mensen te bereiken willen we dat ieder gemeentelid zich op de een of andere manier daadwerkelijk inzet om rand- en buitenkerkelijken te benaderen met het Evangelie. We zijn ons daarbij bewust van een aantal basisprincipes, n.l.:

  • Iedere gelovige heeft de verantwoordelijkheid een getuige te zijn. Terwijl misschien maar een kleine groep gelovigen de gave heeft om te evangeliseren, zijn alle gelovigen geroepen andere mensen binnen hun invloedssfeer te bereiken met het Evangelie. De effectiviteit van het bereiken van ‘nog-niet gelovigen’ is het grootst als alle gemeenteleden daarbij betrokken worden.
  • Gelovigen moeten niet vergeten dat het proces van ongeloof tot geloof in Christus en daarna tot volwassenheid in Christus, erg veel tijd kan vergen. Voor een ongelovige wordt de beslissing om Christus te vertrouwen meestal voorafgegaan door een proces van onderzoeken en nadenken over wat het christelijk geloof van ons vraagt. Het gevaar bestaat dat we ons in het evangelisatieproces fixeren op de bekering van de ‘nog-niet gelovige’, waarbij we dan voorbijgaan aan het proces dat eraan voorafgaat EN aan het proces naar geestelijke volwassenheid dat daarop volgt. We zullen ons dus meer moeten richten op de processen dan op de gebeurtenissen zelf. God gaat soms een lange weg met mensen en wij mogen op die weg meelopen met de ander.
  • Iemand die op zoek is, heeft andere behoeften dan een gelovige.

Een onkerkelijk iemand begrijpt de christelijke terminologie nauwelijks en weet weinig of niets over fundamentele christelijke principes. Daarom is het noodzakelijk dat we ons als gelovigen proberen in te leven in de gedachtengang van de buitenkerkelijke mensen.

  • Iedere gelovige heeft een taak in overeenstemming met de gaven die God geeft tot welzijn van de Gemeente. Iedere gelovige heeft geestelijke gaven van God ontvangen om een wezenlijke rol te spelen in de toerusting en opbouw van de Gemeente.

Als kerkenraad hebben we dan ook de verantwoordelijkheid om gemeenteleden in te zetten binnen onze kerkelijke gemeente door hen uit te dagen die geestelijke gaven te ontdekken, te ontwikkelen en te gaan gebruiken. Ons verlangen is dat we steeds meer een missionaire gemeente mogen worden. Een missionaire gemeente is een gemeente, die zoals het woord al aangeeft ‘zendingsgericht’ is. Dit is niet hetzelfde als een evangeliserende gemeente. Een evangeliserende gemeente ziet evangelisatie als een van haar taken. Een missionaire gemeente is zich echter doordrongen van haar niet-christelijke omgeving en zet zich in grote mate in om in zulk een omgeving als gemeente actief betrokken te zijn. In onze tijd leiden onze aanwezigheid als kerk/gemeente en onze levenswandel als christenen niet als vanzelf tot belangstelling voor het christelijk geloof. Om mensen te bereiken met de boodschap van het Evangelie zullen we zelf de afstand naar de wereld moeten overbruggen en de mensen moeten opzoeken door middel van daadwerkelijke evangelisatie. Een missionaire gemeente brengt daarom veel van haar tijd en energie BUITEN onder de mensen door, om hopelijk samen met hen naar binnen te gaan. Belangrijk is dat we zullen GROEIEN in ons geloof, leren om te ZIEN zoals Jezus mensen ziet. Het zal hier en daar wel wat aanpassingen vragen, om ook buitenstaanders zich in onze gemeente thuis te laten voelen. We moeten als kerk en christenen meer van ons laten horen; laten merken dat we er zijn. Want hoe kunnen mensen zonder God ooit veranderen (transformeren) als wij ze niet eerst informeren. Dat zullen we dus moeten leren! De basis hiervoor ligt n.l. in een geestelijk veranderings- en vernieuwingsproces, dat begint in de harten van de gemeenteleden. Naast de noodzakelijke verkondiging is er ook persoonlijke toerusting nodig zodat gemeenteleden groeien in geloof en discipelschap.

Doelstelling voor de Hervormde Gemeente Ochten is dus om aan een attitude te werken van een aantrekkelijke ‘laagdrempelige gemeente’, dat is een vooral missionaire en diaconale gemeente. Dat wil zeggen een gemeente die open is en transparant (doorzichtig).

We willen ons missionair gemeente-zijn laten kleuren door deze 3 kernwoorden:

  • openheid
  • gastvrijheid
  • dienstbaarheid

B. Bestaande situatie, c.q. huidig beleid

Door de zendings- en evangelisatieouderling en de diverse commissies worden de volgende activiteiten aangestuurd:

  • VakantieBijlelWeek
  • Alpha cursus
  • Koffiemorgens voor vrouwen
  • Zendingscommissie o TFC Wim van der Garde o Studiefonds fam. Shiverenje Kenia (i.s.m. Diakonie) o Zendingsechtpaar in Albanië, Loli en Juli Brazdhi (i.s.m. diakonie) o Acties voor GZB, IZB o Cursus (het evangelie in 4 woorden) o Gemeenteavond o Nacht van Gebed
  • Publiciteit naar buiten (Kerstmarkt, huis aan huis bezorgen Echo’s e.d.,)
  • Openluchtdienst
  • Participatie in de Programma Commissie

C. Knelpunten

Het missionair in het leven staan is voor veel gemeenteleden moeilijk. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de moeite die het gemeenteleden kost om mensen van buiten de gemeente mee te nemen naar of te wijzen op de Alpha cursus of met mensen in hun omgeving in gesprek te gaan. Ook blijft het een beklemmende vraag hoe we met het niet betrokken deel uit de gemeente in contact komen c.q. blijven.

Het is steeds moeilijker om de activiteiten die er georganiseerd worden te bemensen. Vooral als die activiteiten wat langer duren. Incidenteel helpen lukt maar om plaats te nemen in een commissie is een te grote stap.

Oorspronkelijke missionaire activiteiten zoals de Sing-In, koffiemorgens en lectuurtafel zijn steeds meer binnenkerkelijke activiteiten geworden of opgeheven.

De zendings- en evangelisatiecommissie is meer een zendingscommissie geworden. Waardoor het aansturen van evangelisatie/missionair gemeente zijn door een enkeling wordt aangestuurd.

D. Doelstellingen (beleid in de toekomst)

De gemeente meer voor te lichten over, en te betrekken bij, lopende activiteiten zodat het een groter draagvlak en betrokkenheid krijgt.

Een commissie samen te stellen die beleid maakt zodat we de komende jaren groeien als missionaire gemeente en laten zien dat we vanuit onze christelijke visie een open, gastvrije en dienstbare gemeente zijn. Dit omdat we geloven dat God ons zo als gemeente heeft bedoeld en van ons vraagt om ons in dienst te stellen van Hem. Dit willen we bereiken door:

  • te groeien in onze vertrouwensrelatie met God in Christus, want dat is de basis van waaruit we ons kunnen geven aan elkaar en aan anderen;
  • aan te sluiten bij het maatschappelijk leven, bij onderwerpen die spelen en die mensen in de kerk, buurt en regio bezig houden. Zo kunnen we direct laten zien dat de God van de Bijbel ook de God van deze tijd en de God van de toekomst is, en dat de Bijbel relevant is voor het leven van nu;
  • onszelf te zijn, af en toe een pas op de plaats te maken en te kijken wie we zijn, wie er deel uitmaakt van onze gemeente en hoe we met elkaar gemeente willen zijn voor God en onze naaste. Als we ons anders voordoen dan we zijn, ons gemeenteleven anders inrichten dan we zelf graag zouden zien, dan kan de motivatie om ons in te zetten binnen de gemeente verminderen. Dit zou het proces naar een open, gastvrije, dienstbare gemeente doen stagneren;
  • ons te verdiepen in de buurt voor wie we graag een missionaire gemeente willen zijn. Als we de buurt kennen, de verlangens van de buurt kennen, kunnen we directer aansluiting vinden en zal men gastvrijheid en dienstbaarheid eerder herkennen en waarderen. Wij willen als plaatselijke kerk de buurt beter leren kennen, zodat de buurt Christus beter leert kennen. Mochten er wijkteams ontstaan dan hierbij aansluiten;
  • na te denken over laagdrempelige vormen om de kerk in contact te brengen met de rest van de samenleving.

Vanuit de bovengenoemde vijf aandachtspunten willen we de bestaande missionaire activiteiten bijschaven en doelgerichter laten worden en waar nodig nieuwe activiteiten opstarten.

Daarnaast denken we aan het vervolg geven aan missionaire activiteiten: hoe bieden we mensen die in contact komen met (mensen uit) onze gemeente of via de Alpha-cursus een manier om verder te groeien in hun geloof en een plaats in onze gemeente?

We leggen de uitwerking van ons gemeente-zijn in de handen leggen van onze God en Vader door de werking van zijn Geest.

Hoofdstuk 10 - Pastoraat

Algemeen

huidig vorig beleidsplan

  • Aantallen: zielen 1874 pastorale eenheden 873 belijdende leden 690

A. Visie

  • Zoals de gemeente in de Bijbel vergeleken wordt met een kudde schapen, zo wordt de zorg voor de leden in de gemeente ‘pastoraat’ genoemd, ofwel herderlijke zorg voor de schapen namens de Goede Herder. In concrete zin gaat het om het contact in de gemeente, op georganiseerde en niet-georganiseerde wijze, van broeders en zusters onderling, waar van hart tot hart gesproken kan worden.
  • Pastoraat is dus herderlijke zorg. Het omzien naar elkaar binnen de gemeente Gods. Dit omzien naar elkaar is een taak van heel de gemeente als gemeenschap der heiligen. Het acht nemen op elkaar (Hebreeën 10:24) en het elkaar vermanen en opbouwen (1 Thessalonicensen 5:11). Met deze herderlijke zorg is ook het opzicht over de gemeente verbonden.
  • Aan de ambtsdragers is het pastoraat voor de gemeente als geheel en voor elk gemeentelid afzonderlijk toevertrouwd. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering ervan en ook is aan hen de zorg toevertrouwd om toe te zien op de gemeenteleden.
  • De ambtsdragers, aan wie deze zorg in het bijzonder is opgedragen, zijn geroepen om gemeenteleden te stimuleren in de uitoefening van hun roeping ten opzichte van elkaar. Naast het omzien naar elkaar binnen de gemeente is er het pastoraat door de ambtsdrager met het oog op de opbouw en toerusting van de gemeente.
  • Naast de verantwoordelijkheid voor alle gemeenteleden is pastoraat een bijzondere zorg voor de predikant, pastorale werkers en de ouderlingen.
  • Onder het ambtelijk pastoraat verstaan we: o hulpgevend pastoraat, waar het gemeentelid directe zorg nodig heeft in geval van bijvoorbeeld ziekte, geloofscrisis, conflicten en persoonlijke moeiten; o diaconaat, waar het gemeentelid sociale of maatschappelijke ondersteuning nodig heeft.
  • Pastorale zorg wordt verleend door de predikant, ondersteund door een tweetal professionele pastorale medewerkers, waarvan er één preekbevoegdheid heeft, alsmede een Psycho Pastoraal Team (PPT).
  • De predikant is in de basis een ambtsdrager met dezelfde taken als de ouderlingen. Hij is echter niet verbonden aan een sectie en wordt vooral ingeschakeld bij complexe pastorale zorg (hulpgevend en vermanend pastoraat).
  • De gemeente is het lichaam van Christus, waarin ieder lid de ander nodig heeft. (1 Kor. 12) De gemeente dient haar eenheid en verbondenheid in Christus te realiseren in onderlinge liefdevolle zorg voor elkaar.
  • Het onderlinge pastoraat zien we als een onderlinge basisverantwoordelijkheid van gemeenteleden voor elkaar (liefdevol omzien naar elkaar), terwijl de ambtelijke eindverantwoordelijkheid bij de kerkenraad berust. Onderling pastoraat kan ook worden aangeduid als ‘aandachtgevend pastoraat’.

B. Bestaande situatie, c.q. huidig beleid

1.1 Huisbezoeken

  • Regulier huisbezoek door ouderlingen en/of bezoekbroeders vindt nog steeds in wisselende frequentie plaats, één keer per twee tot vijf jaar of nog langer.
  • Bij het huisbezoek worden de kinderen uitdrukkelijk uitgenodigd aanwezig te zijn.

1.2 Ouderenpastoraat

  • Dit valt onder de verantwoording van de daartoe benoemde ouderling voor het bejaardenwerk. (zie verder het beleidsplan ouderenwerk)
  • Ouderen > 75 jaar worden regelmatig (o.a. rond de verjaardagdatum) door de pastoraal medewerkers bezocht.
  • Er is een team van bezoekdames dat regelmatig een aantal ouderen (75+) bezoekt.
  • Er worden middagen voor ouderen en alleenstaanden georganiseerd (1 x per maand).
  • De ouderling ouderenwerk onderhoudt de contacten met Elim en coördineert de wekelijkse diensten in Elim.

1.3 Dooppastoraat

  • Catechetisch deel, aansluitend op doopzitting, wordt verzorgd door de predikant samen met een ouderling.
  • Pastoraal deel, bestaat uit een bezoek door de wijkouderling, vindt plaats tussen doopzitting en doopzondag.
  • Beide ouders worden verplicht aan beide delen van het dooppastoraat mee te werken.
  • Nazorg wordt verstrekt door middel van een terugkomavond.

1.4 Bijzonder pastoraat

  • Ziekenbezoek in ziekenhuis wordt in eerste instantie verricht door de predikant. Ook worden vanuit het pastoraal overleg de pastorale medewerkers hiervoor ingezet.
  • Verpleeghuizen. Regelmatig bezoek door een van de pastorale medewerkers.
  • Overig bijzonder pastoraat wordt in eerste instantie verricht door de predikant, ondersteund door de pastorale medewerkers, het Psycho Pastorale Team en de wijkouderlingen.

1.5 Pastoraat aan randkerkelijken.

  • Deels bezocht door de wijkouderlingen tijdens huisbezoek, incidenteel door de pastoraal medewerker en de predikant, vaak als gevolg van bijzondere omstandigheden.

1.6 Pastoraat rond huwelijk, gezinsuitbreiding en jubilea.

  • Huwelijk (kerkelijk bevestigd en ingezegend)
  • Vooraf gesprek met predikant omtrent Bijbelse betekenis van het huwelijk.
  • Predikant bezoekt samen met wijkouderling de receptie.
  • Samenwonenden, die een kerkelijke huwelijksinzegening verlangen, worden eerst bezocht door predikant en wijkouderling. Oprechte schuld over deze wandel dient te worden beleden door beide partners voordat een kerkelijk huwelijk kan worden bevestigd en ingezegend. Hiervoor wordt verwezen naar het beleidsstuk “Huwelijk en samenwonen”.
  • Kraambezoek
  • Bezoek wordt afgelegd door de predikant (en zijn vrouw)
  • Huwelijksjubilea
  • Bezoek van huwelijksjubilea door predikant(echtpaar) of wijkouderling.

1.7 Pastoraat rondom overlijden

  • Rondom het overlijden is er extra pastorale zorg gedurende het eerste jaar na het overlijden.
  • Daarnaast is er extra aandacht van de wijkouderling.

1.8 Onderling pastoraat

  • Dit betreft het omzien naar elkaar als taak van heel de gemeente. Toerusting en vorming vindt plaats tijdens de erediensten, huisbezoeken en kringwerk.

1.9 Nieuw ingekomenen bezoek

  • Nieuw ingekomenen worden bezocht door een daartoe aangewezen commissie onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad.

1.10 Pastoraat aan jongeren

  • Dit valt primair onder opzicht van de jeugdouderling.
  • Pastorale zorg vindt o.a. plaats via de catechese, tijdens huisbezoek en bezoek op speciale aanvraag.

C. Knelpunten

  • Tijdspanne tussen twee huisbezoeken (2 jaar of langer), is géén goede invulling van pastoraat.
  • Er is een structureel tekort aan ouderlingen gelet op het aantal gemeenteleden, dat bezoek op prijs stelt.
  • Jeugd is maar zelden bij huisbezoeken aanwezig.
  • De ernst en het aantal situaties/gevallen van crisispastoraat neemt toe, waardoor langdurige (na)zorg nauwelijks mogelijk is in relatie tot de beperkte mankracht.
  • In zijn algemeenheid: De invloeden van de God loslatende maatschappij zorgt voor een toename van het aantal gevallen waarbij pastorale zorg moet worden verleend aan (dreigend) ontspoorden.
  • Er zijn geen structurele vormen van onderling pastoraat.
  • Er zijn geen structurele vormen van pastoraat aan jongeren.
  • Eén terugkomavond per twee jaar voor doopouders is te weinig voor goed dooppastoraat.
  • Niet alle doopouders nemen deel aan de jaarlijkse terugkomavond.
  • Pastoraat aan randkerkelijken is niet gestructureerd.
  • Handelwijze bij overlijden en begrafenissen is niet helder geformuleerd.
  • De middagen voor ouderen en alleenstaanden worden door weinig mannen bezocht.
  • De bezoekdames die ouderen bezoeken vinden het moeilijk om een geloofsgesprek te voeren met mensen die ze bezoeken. Tijdens deze bezoeken staat het vragen naar het welbevinden van de ouderen centraal. Er vindt niet altijd een geloofsgesprek plaats.
  • Toerusting van bezoekdames gebeurt niet structureel.
  • In geval van crisissituaties wordt vaak niet of te laat om pastorale hulp gevraagd.

D. Doelstellingen (beleid in de toekomst)

  • We willen in de komende vier jaren bereiken dat de gemeenteleden onderling pastoraat ondervinden en hier het belang van inzien.
  • Zoeken naar een passende organisatie die bijdraagt aan het realiseren van die onderlinge pastorale zorg.
  • Nagaan op welke manier we meer gebruik kunnen maken van netwerken binnen de gemeente om signalen door te geven. Bijvoorbeeld signalen van mensen die al bij gemeenteleden langs gaan (verjaardagfonds, AKB, etc). Zij kunnen bepaalde zaken signaleren. Dit moet dan doorgegeven worden naar predikant/wijkouderling.
  • Pastoraat rond overlijden en begrafenissen duidelijker definiëren.

Bovenstaande doelstellingen dienen de komende 4 jaar gerealiseerd te worden.

Hoofdstuk 11 - Vrijwilligersbeleid

A. Visie

Een groot deel van het werk wat in de gemeente wordt gedaan is vrijwilligerswerk. Vrijwilligerswerk in het algemeen zou je kunnen omschrijven als werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen en/of de samenleving, zonder dat degene die het verricht daar voor zijn of haar levensonderhoud van afhankelijk is. Als belangrijkste motief voor kerkelijk vrijwilligerswerk wordt van oudsher de betrokkenheid bij de kerk genoemd. Hiernaast gaan andere motieven een steeds belangrijker rol spelen: bijv. de mogelijkheid om te leren en de eigen capaciteit in te zetten. De gemeente bestaat uit leden die ieder hun eigen talenten en mogelijkheden hebben. De gaven die wij door de Heilige Geest ontvangen hebben zijn er om voor elkaar te gebruiken: om elkaar te dienen, te bemoedigen, te helpen en te begeleiden, te onderwijzen, bijstand te verlenen, te troosten, te leiden, en alles waar de Bijbel verder over spreekt. Alleen als elk gemeentelid zijn of haar gaven gebruikt en inzet, wordt de gemeente werkelijk een lichtend licht en een zoutend zout (Mattheüs 5:13-16). Dan zal gebeuren wat Zacharia al geprofeteerd heeft, dat tien mannen de slip van een jas van een gelovige zullen vastgrijpen en zeggen: “wij willen met jullie meegaan, want we hebben gezien dat God met jullie is (Zacharia 8:23) In een bloeiende gemeente vindt ieder lid de plaats waar zij/hij die talenten optimaal tot hun recht kan laten komen. Dit kan zijn ten behoeve van een kortdurend project of activiteit, dan wel voor wat langere termijn in pastoraat, bestuur of diaconie. Een van de belangrijkste taken van vrijwilligersbeleid is misschien wel het benadrukken van een goede mix van “traditionele vrijwilligers” als “nieuwe kortverbanders”. Deze mix is nodig voor zowel het voortbestaan van, als de ontwikkeling van nieuwe activiteiten in de gemeente. Alleen met nieuwe kortverbanders kom je er niet; de continuïteit zal verdwijnen. Alleen met een oude kern van vrijwilligers lukt het ook niet meer: zij lopen de kans op te branden.

  • b. Huidige stand van zaken

Binnen onze gemeente kunnen verschillende typen van vrijwilligers onderscheiden worden:

  • Vrijwilligerswerk op het gebied van pastoraat, bezoekwerk en diaconaat: ouderlingen, bezoekbroeders, bezoekdames, diakenen;
  • Vrijwilligerswerk op het gebied van missionair werk en evangelisatie: missionaire commissie, Alpha-cursus, Vakantie Bijbel Week;
  • Vrijwilligerswerk met categoriale groepen: leidinggevenden jeugdwerk, ouderenwerk, zondagschool, kindernevendienst; koffiemorgen, kringwerk
  • Vrijwilligerswerk op het gebied van catechese, vorming en toerusting: mentorcatechese team, kringleiders;
  • Vrijwilligerswerk rondom erediensten en onderhoud gebouwen: kosters, organisten, autodienst, beamer-team, kinderoppas, kerkradio, onderhoudsmedewerkers;
  • Vrijwilligerswerk op het gebied van bestuur en administratie: vrijwilligers kerkelijk bureau, administratief werk, renovatiecommissie etc.;
  • Vrijwilligerswerk voor hand- en spandiensten: bezorgen (flyers, kerkbode, etc.), AKB-lopers, verjaardagsfonds, rommelmarkt, gastgezinnen voor kringen, VBW etc.

Enkele verschillen tussen de traditionele en de moderne vrijwilliger:

De traditionele vrijwilliger:

Iemand die zich sinds jaar en dag geroepen voelt ‘op de winkel te passen’ Iemand die vindt: dat doe je gewoon, dat hoort erbij De idealist: je gaat en staat er(gens) voor De gedreven vrijwilliger, die inzet noodzakelijk en duurzaam vindt Met name gericht op saamhorigheid, solidariteit en gezelligheid

De moderne vrijwilliger (kortverbander):

  • Vrijwilligerswerk is ‘onbetaalde’ arbeid, zonder actief lidmaatschap
  • Beschikbaar voor enkele uren en voor kortdurende activiteiten
  • Meer trouw aan jezelf als aan anderen
  • Meer partieel betrokken dan totaal betrokken
  • Gericht vanuit specifieke kwalificaties/deskundigheden

C. Knelpunten

  • Mensen zeggen dat ze ‘geen tijd’ hebben en er zijn tal van vrijwilligersorganisaties die een appèl doen op mensen. De kerk is dus één van velen.
  • Onvoldoende bewustzijn van gemeenteleden t.a.v. de opdracht die we als christenen hebben om onze gaven/talenten in te zetten binnen de gemeente voor het Koninkrijk van God. Als lidmaten hebben we bij onze belijdenis ook ‘ja’ als antwoord gegeven op de vraag: ‘wilt u met de u geschonken gaven meewerken aan de opbouw van de gemeente van Christus?’
  • Gebleken is dat mensen zich meestal niet spontaan aanmelden, maar persoonlijk benaderd moeten worden.
  • Het vinden van voldoende vrijwilligers wordt bemoeilijkt door 2-verdieners en doordat oudere werknemers steeds langer moeten doorwerken door het verhogen van de (pre)pensioen-gerechtigde leeftijd.
  • Gemeenteleden worden vooral gevraagd voor het invullen van ontstane vacatures, niet vanwege hun specifieke talenten/gaven.
  • Gemeenteleden worden vaak meerdere keren benaderd in een korte periode voor allerlei verschillende taken. Soms wordt er vanuit verschillende kanten tegelijk een beroep op iemand gedaan.
  • Voor een goede overdracht van de taken, een snelle inwerktijd en minder frustratie is een goede taakomschrijving belangrijk. Deze is eigenlijk zelden of nooit aanwezig.

D. Doelstellingen (toekomstig beleid)